Boommier

De boommier (Lasius brunneus) behoort tot de subfamilie Formicinae, de “schubmieren”. Deze subfamilie draagt die naam omdat het gedeelte tussen het borststuk en het achterlijf, de achterlijfssteel, naar boven toe verbreed is tot een schub. De boommier kan in kleur variĆ«ren van geelbruin tot roodbruin. Kop en achterlijf zijn duidelijk donkerder getint dan de rest van het lichaam. De boommier heeft een brede kop in vergelijking tot het borststuk. De werksters zijn 2,5 – 4 mm en koninginnen 7 – 8 mm. De mannetjes en de koninginnen zijn gevleugeld.

 

De boommier leeft in dode bomen en stronken, maar komt ook in oude balken, houten vloeren of dakbeschot. In dit hout worden nieuwe gangen geknaagd.
Boommieren kunnen grote schade aanrichten aan o.a. isolatiemateriaal.
In de maanden mei tot juli vindt de bruidsvlucht plaats. Tijdens de vlucht bevruchten de mannetjes de koninginnen. Deze keren terug naar het nest waar ze meewerken aan de uitbreiding, of ze proberen een nieuw nest te stichten.

 

 

  • Geplaatst op 26 mei 2015
  • Door Anneke Beentjes
  • Geen reacties

Comments are closed.